Polderen in de polder: op zoek naar het juiste ‘boer-boswachterpeil’
Het waterschap, gemeenten, de provincie en belangenorganisaties werken samen aan de gebiedsgerichte Aanpak Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek. Een van de projecten is een onderzoek naar het peilbeheer en grondgebruik in het natuurgebied Vlijmens Ven en Vughtse Gement.
Zondagochtend half 10, ergens in april. Bij de Emmamolen in Nieuwkuijk verzamelt zich een klein gezelschap voor een wandeling met gids door het Vlijmens Ven. De wandelaars struinen tijdens een tocht van 8 kilometer in een kleine 2 uur door het natuurgebied onder de rook van Den Bosch.
De gids vertelt al lopend hoe het landschap de afgelopen eeuw is veranderd. Lang overheersten agrarische activiteiten. Met de hulp van Natura 2000, Aanpak Landelijk Gebied en Hoogwater Aanpak Brabant Oost (Howabo) is er meer aandacht voor natuurontwikkeling en waterberging. De afgelopen jaren is veel bereikt. Zo is er meer dan 300 hectare natuur ingericht in het Vlijmens Ven en de Moerputten. Voor duurzaam behoud en herstel is echter meer nodig.
4 functies, 1 gebied
Het Vlijmens Ven kampt met uitdagingen. Het verenigt vier functies, die soms schuren. De eerste is de natte natuur: bossen, hooilanden, blauwgraslanden en waterpartijen. Het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied, met ambitieuze Europese afspraken om bijzondere soorten te beschermen.
De tweede is de landbouw. Generaties boeren verdienen hier hun boterham. Voor hen is een hoger waterpeil geen logisch of ecologisch vraagstuk, maar een economisch risico. Natte grond betekent mogelijk minder dagen koeien in de wei, zware machines die blijven steken, of het moeten overstappen op andere gewassen.
De derde is de recreatie. Het gebied is in trek om te wandelen, te sporten en te fietsen. Tijdens de rondgang door het gebied passeren regelmatig fietsers. Zowel op e-bikes als in een strak pakkie op een racefiets.
En dan is er nog een vierde element. Het natuurgebied kan bij extreem hoogwater dienen als buffer. Dat is al enige jaren geregeld, maar wordt ook nog eens bevestigd in de actuele Hoogwater Aanpak Brabant Oost — de zogeheten Howabo.
De provincie Noord-Brabant werkt met gemeenten, Waterschap Aa en Maas, ZLTO, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer aan een reeks oplossingen voor het gebied. Onder de naam Peilbeheer en grondgebruik Vlijmens Ven en Vughts Gement, onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek, zoeken ze samen naar een nieuw evenwicht.
Van 1995 tot 2028
Het begon in 1995, toen ’s-Hertogenbosch en het gebied eromheen werden bedreigd door hoogwater. De snelweg kwam onder water te staan, het Bossche Broek liep vol. Uit die ervaring groeide de Hoogwater Aanpak Brabant Oost.
In 2016 werd de voorloper van de gebiedsgerichte aanpak opgeleverd: maatregelen voor waterberging en het beschermen van het pimpernelblauwtje, een vlinder die symbool staat voor het blauwgrasland. Gedurende de jaren vond er naar schatting veertien keer een grondruil plaats tussen boeren. Telkens om ervoor te zorgen dat ze na de ecologische maatregelen ook op economische wijze konden blijven boeren.
Daarmee zijn de grote contouren van het gebied getrokken. Maar het verhaal is niet af. Eerder lag de focus op het realiseren van maatregelen tegen hoogwater en verdroging. Inmiddels is de aandacht verschoven naar het regelen van het zogenoemde boer-boswachter-peil. Dat betekent: samen met boeren en natuurorganisaties één peil afspreken. Een grondwaterniveau dat goed is voor de natuur, werkbaar blijft voor de landbouw en tegelijkertijd voorkomt dat stedelijk gebied bij zomerse piekbuien onder water komt te staan.
Aan het gewenste grondwaterpeil wordt nu gerekend. Gedurende het onderzoek wordt intensief overlegt met boeren, met natuurorganisaties en andere betrokkenen. Dat is een precair proces, waarbij verschillende belangen samenkomen. Omdat de maatregelen, indien mogelijk, in 2028 op papier moeten staan.
Door bos en weide
De wandeling gaat in flink tempo verder. Door een bosgebied aan de rand van het Vlijmens Ven, langs een indrukwekkend uitkijkpunt. De populaire locatie voor bruidsfotografie heet in de volksmond ‘de Titanic’. De naam verwijst naar de beroemde scène uit de gelijknamige film: Leonardo DiCaprio en Kate Winslet op de boeg van het schip. Vanaf het uitkijkpunt is goed te zien hoe uitgestrekt het gebied is: aan de ene kant het duingebied in het zuiden, aan de oostzijde Den Bosch en de noordzijde Vlijmen. Een van de doelen is om hier het blauwgrasgebied weer terug te brengen. Wat vandaag opvalt, zijn vooral de sloten, het riet en de weidse vlakte. Een paar pinksterbloemen aan de rand. En ganzen die in de verte van zich laten horen.
Wat er op het spel staat
Door maatregelen in het verleden is het aantal bijzondere planten- en diersoorten gestegen van zeventig naar meer dan achthonderd, waaronder de blauwe knoop, de blauwe zegge en de vlozegge. Maar liefst 58 planten staan op de lijst van bedreigde soorten, de zogeheten Rode Lijst.
Maar die natuurwinst staat onder druk. Het gebied kampt met verzuring en verdroging. In de winter komt het grondwater onvoldoende omhoog, terwijl het in de zomer wel dertig centimeter kan wegzakken. Om de natuurwaarden te behouden zijn aanvullende maatregelen nodig.
Voor de agrariërs staat er ook een en ander op het spel. Er zijn zeker 12 bedrijven die in het gebied boeren. Het merendeel daarvan heeft een melkvee- of akkerbouwbedrijf. Plus nog een aantal pachters. Een hoger grondwaterpeil heeft gevolgen voor de oogst, de bodemstructuur en de bedrijfsvoering. Als bijvoorbeeld door natuurmaatregelen een koe niet meer zelf vanuit de stal de wei in kan lopen, omdat de grond direct naast het bedrijf te nat is geworden, is dat een dagelijks probleem voor een melkveehouder.
De zoektocht naar een waterpeil
De kernvraag is: welk grondwaterpeil kan het gebied aan? Hoog genoeg voor de blauwgraslanden, laag genoeg voor de koeien. Het streven is om gezamenlijk tot een oplossing te komen die recht doet aan alle belangen in het gebied. Dat vraagt om maatwerk. Een verhoging van het grondwaterpeil met slechts enkele centimeters kan al grote gevolgen hebben voor het gebruik van landbouwgrond, terwijl voor kwetsbare planten- en diersoorten het juiste waterpeil bepalend kan zijn voor hun voortbestaan.
De eerste conceptberekeningen voor het gewenste grondwaterpeil zijn inmiddels gemaakt. In de vervolgfase wordt gezocht naar een oplossing die zowel natuurherstel als een toekomstbestendige en extensievere landbouw mogelijk maakt. Wanneer het waterpeil gevolgen heeft voor agrarische bedrijven, zijn compensatiemaatregelen zoals een financiële vergoeding of vervangende grond belangrijke aandachtspunten. Duidelijkheid over de gevolgen voor ondernemers is daarbij essentieel.
Hoe kom je er samen uit?
De partners binnen de gebiedsgerichte aanpak zijn het erover eens dat de oplossing niet alleen aan de vergadertafel ligt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar kavelruil. Omdat de gemeenten Heusden en Vught veel grond in het gebied bezitten, zijn er mogelijkheden om percelen te ruilen. Tegelijkertijd mag het proces niet te abstract worden. Naast overleg tussen organisaties zijn gesprekken met agrariërs op hun bedrijf belangrijk om inzicht te krijgen in de gevolgen van mogelijke maatregelen.
Ook praktische vormen van samenwerking dragen bij aan het onderlinge vertrouwen.
Als Natuurmonumenten maait, gaat het maaisel naar de boeren. Dat is een klein, maar wezenlijk voorbeeld van hoe in het gebied rekening met elkaar wordt gehouden.
Langs de Nieuwkuijkse Wiel
Tegen het einde van de wandeling komt het gezelschap langs een meertje: de Nieuwkuijkse Wiel. Hier ging vroeger een deel van de wandelaars zwemmen. Het water ligt stil. De wandelaars praten over wat het veranderen van het peilbeheer betekent, ook voor de boeren. Dat daar wat aan moet gebeuren, daar zijn ze het over eens.
Heb je een vraag of wil je iets laten weten?
Stel je vraag of deel je ideeën of tips via het formulier.