Broodnodige herstart van motor in Wijboschbroek
De provincie werkt samen met partners als waterschappen, gemeenten, agrariërs en natuurorganisaties aan natuurherstel in de gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Zo ook in het Wijboschbroek, waar Waterschap Aa en Maas het project trekt. Tijdens een excursie zien belangstellenden wat de werkzaamheden de afgelopen jaren hebben opgeleverd.

Donderdagavond 21 mei 2026, de Schaapskooi in Schijndel. Pakweg zestig belangstellenden komen samen voor een excursie door natuurgebied Wijboschbroek. Er is de afgelopen jaren hard gewerkt om de zogeheten natte natuurparel weer nieuw leven in te blazen. Vandaag kunnen belangstellenden met eigen ogen zien wat er bereikt is.
Arthur van Zoggel uit Veghel is aanwezig bij de informatieve avond. Het is ideaal wandelweer. Het kwik wijst 16 graden aan. Het is weliswaar bewolkt, het regent niet. Van Zoggel is lid van de plantenmonitoringwerkgroep van de IVN in zijn woonplaats. Hij is meer dan benieuwd naar de resultaten van de werkzaamheden in het Wijboschbroek. De voettocht van de rondleiding gaat over wandelpaden langs onder meer afgegraven percelen en jonge aanplant.
Medewerkers van Staatsbosbeheer (eigenaar van het gebied), Waterschap Aa en Maas en aannemer Van Berkel geven uitgebreid uitleg. “Natuurlijk ben ik benieuwd naar zeldzame plantsoorten, als de zwartblauwe rapunzel, het knikkend nagelkruid en de eenbes”, zegt Van Zoggel. “Het is een interessante bijeenkomst. Tijdens de rondgang is namelijk ook volop aandacht voor het ontstaan van het bos en de ontwikkelingen van de afgelopen decennia die tot verdroging hebben geleid.”
Een bijzonder bos tussen Schijndel en Veghel
Het Wijboschbroek ligt tussen Schijndel en Veghel, midden in Het Groene Woud. Het is een van de weinige nog overgebleven vochtige leembossen in Nederland. De leemlaag in de bodem zorgt voor kalkrijk grondwater - een unieke voedingsbodem voor zeldzame planten en beschermde dieren, van de kamsalamander tot de wielewaal.
Maar dat bijzondere ecosysteem verdroogt al sinds tientallen jaren. Begin twintigste eeuw worden hier rabatten aangelegd om het bos te ontwateren. Rabatten zijn opgehoogde stroken grond die tussen greppels liggen en waarop bomen groeien. Sindsdien stroomt het regenwater hier te snel weg. Tegelijk verzuurt de bodem door de aanplant van naaldbomen en eiken. Sjoerd Oomen, projectleider namens Waterschap Aa en Maas, legt de omstandigheden van het gebied uit: "Die ondiepe leemlaag laat slecht water door. Het grondwater glijdt hierdoor over de leemlaag naar lager gelegen gebied en brengt zo voedingsstoffen aan de oppervlakte. Dit maakt dat soorten als de zwartblauwe rapunzel hier groeien, dit is maar op een handvol plekken in Nederland. We moeten er zuinig op zijn."
Het project om het gebied nieuw leven in te blazen startte in 2019 met een waardevol onderzoek van de Bosgroep naar het ecosysteem in het gebied. De laatste werkzaamheden zijn volgend jaar gepland. Waterschap Aa en Maas trekt de aanpak, samen met Staatsbosbeheer, provincie Noord-Brabant, gemeente Meierijstad en ZLTO. In totaal is 33 hectare grond verworven voor nieuwe natuur.
De motor weer aanzetten
De kern van de ingreep is water langer in het gebied houden. Sloten worden ondieper gemaakt of gedempt en er komen nieuwe stuwen. Op 5 percelen is de fosfaatrijke toplaag afgegraven, zodat nieuwe natuur op schone grond kan beginnen. Daarnaast worden ook oorspronkelijke boomsoorten als linde, fladderiep en es opnieuw geplant. Deze boomsoorten zorgen voor een veel sterkere bodem dan bijvoorbeeld naaldbomen.
Mirjam Wouters van Staatsbosbeheer, over de maatregelen in het natuurgebied: "We zetten eigenlijk de motor van het Wijboschbroek weer aan. Ons doel is om de neerwaartse spiraal te stoppen en om te draaien", zegt ze. "Bij de hydrologie is de vraag: hoever draaien we de knop om, zodat we voldoende flora en fauna terugkrijgen?"
Staatsbosbeheer is verantwoordelijk voor de ecologische inrichting: de aanplant van boomsoorten die thuishoren in een leembos - fladderiep, els, haagbeuk, hazelaar, kornoelje. Adviesorganisatie Floron hielp bij het in kaart brengen van de bijzondere soorten. Wouters: "Die unieke soorten zijn een van de pijlers van dit gebied. Het is heel fijn dat het waterschap in de planvorming bestaand onderzoek van onder meer de Bosgroep meeneemt."
Boeren als partner
Een natuurherstelproject van deze omvang raakt ook de mensen die in het gebied wonen, recreëren en de kost verdienen. Zo zitten rond het natuurgebied 10 tot 15 boeren - melkveehouders en boomtelers - die zich aanvankelijk zorgen maakten over de mogelijke gevolgen van vernatting.
De Schijndelse veehouder Anton van den Broek vertegenwoordigt hun belangen via ZLTO. Over het algemeen is hij tevreden over de gang van zaken. “Er is weinig ruzie geweest met de natuurclubs, maar er is wel een goede zakelijke discussie geweest", zegt hij. "In het begin waren er in mijn achterban kritische geluiden. Nu hoor ik niemand meer klagen." Zijn enige concrete kritiekpunt: jammer dat het zand dat vrijkwam tijdens de afgravingen niet aan de boeren in en bij het gebied is gegeven. Van den Broek is blij met de goede samenwerking. "Tenslotte zijn boeren, in heel Brabant, min of meer een bedreigde soort."
Verwonderlijk goed
Peter Simons, voorzitter van Natuur- en Milieucentrum Schijndel (NMC), is content met de gang van zaken. “In projecten als de Wijboschbroek is burgerparticipatie belangrijk. Betrokkenen moeten goed worden meegenomen in de plannen. In de schaapskooi zijn informatie- en inspraakbijeenkomsten geweest. Mensen hebben de kans gehad mee te denken.” Hij wijst erop dat er wel enig juridisch wapengekletter is geweest. “Maar dat is uiteindelijk ook opgelost. Dus mijn indruk is een goede.”
Nu de grote werkzaamheden in het Wijboschbroek van het waterschap er bijna op zitten, wil dat niet zeggen dat de klus af is. Zo plant Staatsbosbeheer komende winter nog diverse percelen bos aan. Wouters: “Als we de vruchten van het project willen plukken, de gewenste natuurontwikkeling voor toekomstige generaties willen zekerstellen, is het belangrijk toekomstig onderhoud goed te plannen.”
NMC Schijndel draagt daar graag aan bij. “Nu het grote werk erop zit, houden onze vrijwilligers het gebied mede levend; ze knotten wilgen, onderhouden paden en pakken poelen aan”, zegt Simons. "Als je het gebied niet toegankelijk houdt, verlies je de verwondering, het draagvlak. Waardering van omwonenden groeit door een band met het gebied."
Verlaagde bodem
De excursie loopt ten einde. Arthur van Zoggel staat aan de rand van een perceel waar de bodem verlaagd is en jonge bomen volgend jaar hun eerste lente doormaken. Hij kijkt naar het land, dan naar de sloot ernaast - stiller dan vroeger, het water staat hoger. "Het is een mooie ontwikkeling", zegt hij.
Ergens tussen de jonge aanplant, op een plek in het Wijboschbroek die 20 jaar geleden nog landbouwgrond was, krijgen bijzondere fauna en flora kans om terug te keren. Van Zoggel knikt tevreden als de rondleiding ten einde loopt. “Het gebied heeft weer een mooie toekomst voor de boeg”, zegt hij. Mirjam Wouters van Staatsbosbeheer is het daar van harte mee eens. “De motor draait weer. Nu is het zaak hem niet meer af te laten slaan.”
Heb je een vraag of wil je iets laten weten?
Stel je vraag of deel je ideeën of tips via het formulier.