Zeldzaam blauwgrasland keert terug

25 augustus 2026Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche BroekBevat visueel element: Foto

Wat blauwgrasland zo bijzonder maakt? Dat is simpel: blauwgrasland is één van de meest soortenrijke en zeldzame graslanden van Nederland. Het is een landschap vol Spaanse ruiters, parnassia, vlozegge, bevertjes, blauwe knoop, vlinders en vogels. Bovendien is het een natuurtype dat laat zien dat water, bodem en beheer weer in balans zijn. Wat weinig mensen weten, is dat in Vlijmens Ven, Moerputten en Honderd Morgen het grootste blauwgraslandcomplex (ruim 100 hectare!) van Nederland ligt.

De geschiedenis van dit landschap gaat ver terug. De Vughtse Gement (met daarin de polders de Rijskampen, de Honderd Morgen en de Maij) en het Vlijmens Ven waren eeuwenlang natte gebieden waar kwelwater aan de oppervlakte kwam. Dat bijzondere grondwater is honderden tot duizenden jaren geleden als regenwater in de hogere zandgronden van Brabant weggezakt. Onderweg werd het verrijkt met kalk en mineralen. Juist dat voedselarme, mineraalrijke kwelwater vormt de basis voor blauwgrasland.

In de afgelopen eeuw veranderde het landschap sterk. Waterpeilen werden verlaagd voor de landbouw en veel percelen werden intensief gebruikt voor maïsteelt. Daardoor verdroogde de resterende natuur. En raakten de bodems verrijkt met meststoffen zoals fosfaten. Het gevolg was dat veel bijzondere planten verdwenen en werden verdrongen door een beperkt aantal algemene soorten.

Ruimte maken voor water én natuur

Na de extreme hoogwaters van 1995 ontstond een unieke kans. De plannen voor extra waterberging rond ’s-Hertogenbosch werden gekoppeld aan natuurherstel en -uitbreiding. Met het project Blues in the Marshes (‘Blauwtjes in het moeras’) werden ambitieuze doelen nagestreefd: ruimte maken voor water, de terugkeer van natte schraallanden - waaronder blauwgrasland - en het verbeteren en uitbreiden van het leefgebied van het pimpernelblauwtje. De Vlinderstichting, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, waterschap Aa en Maas, de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Vught en Heusden zetten hier samen de schouders onder.

Het natuurherstel en de uitbreiding vroeg om ingrijpende maatregelen. In totaal werd op 250 hectare landbouwgrond in het Vlijmens Ven en de Honderd Morgen gemiddeld veertig centimeter van de voedselrijke bovenlaag afgegraven. Dat is meer dan 600.000 kubieke meter grond. Daarmee verdwenen de overtollige voedingsstoffen uit de bovenlaag en kwamen de wortels van planten weer dichter bij het waardevolle kwelwater te liggen.

Meer dan 800 soorten

Om de ontwikkeling een goede start te geven, werd maaisel uit drie andere natte schraallanden met blauwgrasland verspreid over de nieuwe natuurgebieden. Daarmee kwamen ook zaden van zeldzame plantensoorten mee. Het resultaat is indrukwekkend. Al na enkele jaren verschenen de eerste orchideeën, moeraskartelblad, ratelaar, geelhartje en ronde zonnedauw op plekken waar kort daarvoor nog maïs groeide. De soortenrijkdom in het complex natte graslanden is met meer dan 800 soorten ongekend hoog. Dat er in tien jaar meer dan 100 hectare blauwgrasland ontstaan is, maakt het niet alleen het grootste blauwgraslandcomplex van Nederland, maar hiermee is de hoeveelheid blauwgrasland in Nederland ook verdubbeld.

Robuust (grond)watersysteem nodig

Toch is blauwgrasland geen natuur die zomaar ontstaat. Naast voldoende voedselarm grond, een lage stikstofdepositie en mineraalrijk kwelwater is beheer de sleutel tot succes. Alleen met deskundig en zorgvuldig beheer ontstaat een soortenrijk blauwgrasland en blijft het in stand. Jaarlijks maaien en het maaisel afvoeren is essentieel. Zonder maaibeheer verdwijnen soorten en wordt het al snel bos.

Om het succes van het blauwgrasland vast te houden voor de lange termijn, is een robuust (grond)watersysteem nodig. In de zomer zakt het grondwater op te veel plekken te ver weg. Ook is de aanrijking met mineralen uit kwelwater in de winterperiode niet overal voldoende. Hierdoor verzuurd het gebied langzaam en wordt het minder geschikt voor de zeer grote groep soorten die nu voorkomt. De fijnproevers met ingewikkelde levenscycli, zoals het Pimpernelblauwje, zijn de eersten die hier last van krijgen.

Als onderdeel van het gebiedsproces Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek loopt daarom momenteel een hydrologisch onderzoek. Er wordt onderzocht welke maatregelen het meest kansrijk zijn om het (grond)watersysteem zo ver mogelijk te herstellen. Nieuwe en bestaande hydrologische mogelijkheden moeten de natuurbeheerders helpen het (grond)watersysteem in het gebied te optimaliseren. Alleen zo kunnen we blijven genieten van al het moois dat blauwgrasland te bieden heeft.


Heb je een vraag of wil je iets laten weten?

Stel je vraag of deel je ideeën of tips via het formulier.