Samen water sturen in een miniwaterschap


In het buitengebied ten zuiden van Leende, tussen de Groote Aa en de Buulder Aa, regelen boeren en andere grondeigenaren met elkaar hoe het water wordt vastgehouden en afgevoerd. Zij werken samen in wat zij een miniwaterschap noemen. Geen formele organisatie, maar een praktisch samenwerkingsverband met korte lijnen. Het miniwaterschap telt 15 belanghebbenden, waaronder golfclub Haviksoord op de rug van het beekdal, en is 250 tot 300 hectare groot. Water vasthouden is niet alleen een technische vraag, maar moet ook passen bij de gewassen en mensen die het land gebruiken. Zo blijkt uit een gesprek met de initiatiefnemers.

Het initiatief ontstond na de droge jaren 2018, 2019 en 2020 en komt voort uit de pilot Bodem-Water-Biodiversiteit. Agrarisch ondernemers wilden voorkomen dat regenwater te snel uit het gebied verdween. Daarom plaatsten leden van Hei, Heg en Hoogeind stuwtjes in sloten. Met plankjes kunnen zij het waterpeil verhogen of verlagen. Ook gebruiken zij bermsloten om het water over een groter gebied te verspreiden. Open duikers, buizen onder wegen en opritten, zijn daarbij belangrijk. “Twee keer zoveel oppervlakte betekent twee keer zoveel ruimte voor water om in de bodem te zakken,” legt Harrie Maas, voorzitter van Hei, Heg en Hoogeind uit. Samen met Peter Kerkhofs, als adviseur bij de plattelandsvereniging betrokken, stond hij aan de wieg van het miniwaterschap.

Menselijke maat

De stuwtjes zijn zo afgesteld dat zoveel mogelijk water in het gebied blijft. Deelnemers bellen Harrie als het water op hun land te hoog staat en ze er hinder van ondervinden. “Hij is onze watergraaf,” zegt Peter met een knipoog. Harrie: “Soms vraagt iemand of ik een paar planken uit een stuw wil halen. Dan kijk ik of dat echt nodig is en voor hoelang.” In het gebied groeien onder meer aardappelen, snijmais en schorseneren. Er is ook grasland en er vindt agrarisch natuurbeheer plaats. “Niet ieder gewas kan tegen dezelfde waterstand. En de beschikbaarheid van water bepaalt steeds meer welk gewas waar kan worden geteeld. Je moet het economisch belang en de menselijke maat in het oog houden,” benadrukt Peter. “We komen in actie als het echt nodig is.”

Stapsgewijs

Tot voor kort vond in het gebied een agrarische activiteit plaats die langdurig een lagere waterstand nodig had. Door het plaatsen van een extra stuwtje kon in die periode in de rest van het gebied toch water worden vastgehouden. Nu deze activiteit is gestopt, is het watersysteem aangepast en staat dit stuwtje continu dicht. “Je kunt streven naar 100 procent water vasthouden,” licht Peter toe, “maar 80 procent is ook heel wat. In onze pilots werken we met afgewogen stapjes. Het systeem moet voor de mensen in het gebied werkbaar blijven.”

Onderdeel van een groter geheel

“Daarnaast blijven we leren. Op gemeentelijke en provinciale kaarten staan bijvoorbeeld niet dezelfde sloten en beken als op de kaarten van Waterschap De Dommel. Daardoor ontbreekt een totaalbeeld van het watersysteem. Die kaarten zijn een juridisch document. Wie is er verantwoordelijk voor het onderhoud? Tegen zulke vragen lopen we aan.”
Marnix van der Kruis, strategisch adviseur bij Waterschap De Dommel, werkt regelmatig samen met Peter Kerkhofs. “Dit zijn precies de stappen die we als waterschap toejuichen en in een gebiedsgerichte aanpak passen,” is zijn reactie op het verhaal van Peter. “Het miniwaterschap is geen losstaande pilot, maar onderdeel van een bredere en gebiedsgerichte watertransitie. Daarbij kijken we naar de samenhang tussen beekdalen, flanken én ruggen, zodat het hele watersysteem beter tegen veel neerslag en droogte kan.”

Onderzoek

Over leren gesproken: De plattelandsvereniging betrekt graag jongeren bij het miniwaterschap. Peter: “Zij trekken over tien jaar aan de touwtjes!” Zo bogen vwo-leerlingen uit Weert zich over de vraag welke teelten goed bij het gebied passen. Daarbij volgden ze het principe ‘Teelt volgt peil’. Studenten van HAS green academy onderzoeken nu hoe het water- en bodemsysteem verder kan worden verbeterd. Peter: “Een spannende exercitie!”

Effecten moeilijk te meten

Harde cijfers over de effecten van de genomen maatregelen zijn er niet. Volgens Harrie en Peter hoeven boeren hun gewassen wel minder te beregenen. Peter meet al jaren op een perceel de grondwaterstand, maar veel factoren beïnvloeden die. Daardoor is het lastig om één oorzaak aan veranderingen te koppelen. Harrie: “Het is eigenlijk heel simpel: Als er geen water over de stuwtjes heengaat, blijft alles in het gebied. Een sensor die automatisch de waterstand meet, zou 10.000 tot 20.000 euro kosten. Dat ging ons te ver.”

Samenwerken op basis van vertrouwen

Ook gemeente Heeze-Leende speelt een rol in het miniwaterschap. Veel bermsloten zijn van de gemeente. Peter: “Daar zitten duikers in, net als in gewone sloten. Die gaan soms dicht zitten. Daardoor kan het water zich niet in de breedte, over de flanken van het beekdal, verplaatsen. De gemeente werkt mee aan het openhouden van die duikers.”
Van De Dommel heeft het miniwaterschap een sleutel gekregen waarmee de stuwtjes van het waterschap kunnen worden bediend. Harrie, parttime in dienst van het waterschap én vleesveehouder in het gebied, beheert deze stuwtjes. “Dat is bijzonder,” zegt Harrie. “Maar omdat wij lokaal zijn, hebben we hier in het gebied eerder het vertrouwen van de mensen. Wij kennen de familierelaties en hebben overal kennissen.”

Toekomstplannen

Aan de andere kant van de A2, bij Paaldijk-Renheide (ook in Heeze-Leende), werkt de plattelandsvereniging aan een tweede pilot. Harrie: “Daar is sprake van een vrij droge flank met weinig sloten, maar met kleine maatregelen denken we nog wel wat te kunnen doen.”
Voor mensen die elders een miniwaterschap willen beginnen op de flanken van een beekdal, hebben Harrie en Peter een paar adviezen. Zoek de samenwerking op met lokale ondernemers, houd het gebied overzichtelijk, bouw aan vertrouwen, zorg dat je het waterpeil kunt beïnvloeden en probeer in het veld uit hoe het water echt stroomt. Peter: “Vanaf een bureau kun je dat niet zien. Water zoekt zijn eigen weg.”

Heb jij een idee voor een experiment?

Bij een gebiedsgerichte aanpak als Grenscorridor hoort ruimte om te experimenteren. Daarom passen we graag innovaties toe om te onderzoeken of de resultaten bijdragen aan het realiseren van onze ambities. Dat wat we leren, delen we in andere delen van ons werkgebied en daarbuiten. Innovaties kunnen nieuwe ideeën, processen, diensten of technieken zijn. Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van het uitgangspunt ‘water en bodem zijn sturend’, slimme combinaties bij de inrichting van de ruimte en het helpen van individuele agrariërs. Heb jij een idee voor zo’n innovatie? Meld je dan bij Guus Stappaerts, Hij is te bereiken via guusstappaerts@grenscorridor.nl en 06 – 81 01 88 29.


Heb je een vraag of wil je iets laten weten?

Stel je vraag of deel je ideeën of tips via het formulier.