Meer ruimte voor water, natuur en historie in het beekdal van de Kleine Aa

23 juni 2026Strabrechtse HeideBevat visueel element: Fotocarrousel

Een van de grotere beekdalen binnen de gebiedsgerichte aanpak Strabrechtse Heide is het beekdal van de Kleine Aa. Deze waterloop ontvangt water uit het landelijk en stedelijk gebied van Someren en stroomt via Lierop richting de Zuid-Willemsvaart om vervolgens via een onderdoorgang (sifon) onder het kanaal in de Aa uit te monden.

Voor de Kleine Aa spelen enkele belangrijke opgaven, met name het klimaatbestendig inrichten van de beek en meer ruimte maken voor planten en dieren in de beek. Daarom wordt een plan opgesteld om de beek aan te pakken. Met een slimme vormgeving en inrichting van de beek zorgt waterschap Aa en Maas er enerzijds voor dat er zo lang mogelijk water in de beek staat in droge perioden en anderzijds dat het water goed afgevoerd kan worden in tijden dat het veel regent. Hierbij houden ze rekening met de natuurlijk beek- en oeverrichting en de historische kenmerken van het landschap.

Ontstaan van de Brabantse beekdalen

De Brabantse beekdalen, waaronder dat van de Kleine Aa, vinden hun oorsprong in de ijstijden. Grote hoeveelheden smeltwater stroomden destijds over de bevroren ondergrond richting de grote rivieren en sleten daarbij de beekdalen uit. Door de hoge stroomsnelheden hadden de beken een vlechtend karakter en vervoerden zij grote hoeveelheden zand en leem.

Na de laatste ijstijd werd de waterafvoer gelijkmatiger. De beken ontwikkelden zich tot meanderende waterlopen, zoals die eeuwenlang kenmerkend waren voor het Brabantse landschap. Deze beken werden gevoed vanuit uitgestrekte natte gebieden zoals heidevelden, moerassen en veengebieden. Ook langs de Kleine Aa ontstonden onder natte omstandigheden omvangrijke veenlagen, waarvan in natuurgebied De Oetert nog sporen aanwezig zijn.

Vanaf ongeveer 1900 veranderde het gebruik van de beekdalen ingrijpend. Door de introductie van kunstmest en de grootschalige ontginning (het geschikt maken van onbewerkte natuur voor menselijk gebruik) van heidegebieden werd het landschap verder ontwaterd om landbouw efficiënter te maken. Heggen en houtwallen maakten steeds vaker plaats voor prikkeldraad, waardoor veel karakteristieke landschapselementen verdwenen.

Door menselijk gebruik en de aanleg van sloten en drainage wordt het water tegenwoordig sneller afgevoerd. Tijdens de ruilverkaveling van de jaren zestig werden bovendien veel bochten uit de Kleine Aa verwijderd. Hierdoor werd de beek korter en stroomt het water nog sneller af. Op sommige plaatsen is de oorspronkelijke lengte zelfs gehalveerd.

Het ontwerp

In de nieuwe situatie krijgt de Kleine Aa weer meer ruimte om onderdeel te zijn van het landschap. Bij de plannen wordt veel aandacht besteed aan een natuurlijke beek- en oeverrichting en de historische kenmerken van het landschap.

Langs de beek ontstaan natuurvriendelijke oevers en natte moeraszones waar water, planten en dieren elkaar vinden. Op warme dagen zorgen bomen en struiken langs het water voor verkoeling en schaduw, waardoor het beekwater minder snel opwarmt en een gezond leefgebied blijft voor vissen en andere waterdieren.

Dood hout in de beek biedt schuilplaatsen voor vissen, insecten en kleine waterdieren. Bij de drie stuwen komen voorzieningen waardoor vissen de stuwen kunnen passeren. Op deze manier ontstaat er veel ruimte voor soorten die zich door de beek willen verplaatsen.

De Kleine Aa vormt nu al een natuurlijke verbindingslijn door het landschap. Deze functie wordt verder versterkt door op percelen langs de beek nieuwe houtwallen, struweelhagen, bosjes, poelen en houtsingels aan te leggen. Samen vormen zij een groen netwerk waar vogels kunnen nestelen, heikikkers nieuwe leefgebieden bereiken en vlinders en insecten voedsel en beschutting vinden.

Zo ontstaat een beekdal waarin water langer wordt vastgehouden, natuur meer ruimte krijgt en bezoekers het landschap opnieuw kunnen beleven als een samenhangend geheel van water, groen en cultuurhistorie.

In samenwerking met de omgeving

Voor het opstellen van het ontwerp werkt het waterschap samen met ingenieursbureau BWZ en landschapsontwerper Jos van de Hurk. Maar het ontwerp wordt niet alleen door specialisten gemaakt. Juist ook de inbreng van de omgeving is van grote waarde. De vele gesprekken met bewoners, grondeigenaren, belanghebbenden en gebiedskenners hebben een belangrijke bijdrage geleverd. Hun kennis en ervaring hebben het ontwerp verrijkt. Dit heeft geholpen om tot een toekomstbestendige inrichting te komen waarin natuur, waterbeheer, landbouw en recreatie elkaar versterken.

Bij de verdere uitwerking van het plan is aandacht voor het toekomstig recreatief gebruik van het gebied. Bestaande wandelroutes en struinpaden blijven behouden, zodat bezoekers het beekdal ook in de toekomst kunnen blijven gebruiken en beleven. Daarnaast wordt het recreatieve netwerk versterkt door waar mogelijk onderhoudspaden van het waterschap te gebruiken als wandelverbindingen.

Vervolg

In april 2026 is het voorlopig ontwerp gepresenteerd aan de omgeving. De informatie die hierbij is opgehaald wordt verwerkt in het definitief ontwerp. Waterschap Aa en Maas wil voor de zomervakantie het definitief ontwerp klaar hebben en daarna de benodigde vergunningen aanvragen. Naar verwachting start het waterschap in 2027 met de werkzaamheden buiten.

Wil je meer weten over de plannen en de laatste stand van zaken? Kijk op de website van Waterschap Aa en Maas.


Heb je een vraag of wil je iets laten weten?

Stel je vraag of deel je ideeën of tips via het formulier.