Boeren met de bodem als bondgenoot
In de gebiedsgerichte aanpak werken we aan een betere kwaliteit van bodem, water en lucht. Dat zorgt voor betere omstandigheden voor natuur, landbouw en de gezondheid van de mensen in het gebied. Om dit te bereiken gaat het landelijk gebied in en rondom de Strabrechtse Heide de komende jaren flink veranderen. Een groot deel van de grond in het gebied is en blijft in landbouwkundig gebruik. Daarom willen we de agrariërs zorgvuldig betrekken bij de zoektocht naar een nieuw evenwicht in het buitengebied. Veel agrariërs worstelen echter met de vraag wat er straks nog kan en mag. Ter inspiratie gingen we in gesprek met Jos Vos, een biologische melkveehouder uit Sterksel. Met zijn bedrijf Het Klein Allodium laat hij zien hoe je natuur-inclusiever en toekomstgerichter kunt boeren. Maar ook wordt duidelijk dat zo’n omschakeling niet eenvoudig is.

Boeren op droge zandkoppen
De geschiedenis van het gebied rond Sterksel verschilt van die van bijvoorbeeld Valkenswaard, waar de familie van Jos voorheen een boerenbedrijf had. Waar daar al eeuwenlang op vruchtbare gronden werd geboerd, is Sterksel een relatief late ontginning. “Een eeuw geleden was hier nog heide. Dit gebied bestaat van oorsprong uit droge zandkoppen” vertelt Jos.
In de jaren 60 verhuisden Jos zijn ouders en hun bedrijf naar Sterksel. Toen werd hier, op de lichte grond, al kunstmatig beregend om gewassen te laten groeien. Het bedrijf van zijn ouders specialiseerde zich in melkvee. In de jaren die volgden ging de melkveehouderij mee in een wereld gericht op productie en opbrengst. “In de jaren tachtig ging het er vooral om: wie haalt de meeste melk uit de koe?” Dat was ook de tijd van kunstmest, krachtvoer en sturen op maximale opbrengst. Een aanpak die lange tijd normaal was in de Nederlandse landbouw.
De bodem als keerpunt
Toch begon het te wringen. Droge jaren volgden elkaar op en de bodem leek steeds minder veerkrachtig. Rond 2018 liep Jos tegen een opvallend probleem aan: het vriespunt van de melk voldeed niet meer aan de strengere norm, waardoor de melk bijna niet meer afgezet kon worden. De oorzaak bleek te liggen in de mineralensamenstelling. “Dat zette me aan het denken: wat gebeurt er eigenlijk in mijn bodem en in mijn voer?” Via cursussen en bodemadviezen ontdekte hij dat de mineralenbalans in de grond jarenlang uit verhouding was geweest. Te veel kalium en een verkeerde verhouding met magnesium en calcium maakten de bodem hard en minder levend. “Eigenlijk waren we op beton aan het boeren. Er zat weinig bodemleven in.” Dat inzicht vormde het begin van een andere manier van kijken. Minder kunstmest en krachtvoer, meer aandacht voor bodemleven, organische stof en natuurlijke processen.
De stap naar biologisch
In 2021 maakte hij de overstap naar biologische landbouw. Een stap die hij niet nam voor een hogere melkprijs. “Je wordt niet biologisch om rijk te worden. Onder aan de streep verdien ik vergelijkbaar met een gangbaar bedrijf. Mijn drijfveer was: de bodem moet gezonder.” De omschakeling betekende ook extensiveren. Van ruim zeventig koeien ging hij terug naar rond de zestig. Die overstap naar extensiever en biologisch betekende wel tegen de stroom inroeien. Dat vraagt veel van je, je moet sterk in je schoenen staan.
Hij werkt nu met kruidenrijk grasland, klavers en diepgewortelde gewassen die beter tegen droogte kunnen. Mais teelt hij niet meer: zonder bestrijdingsmiddelen is dat lastig en binnen de biologische landbouw gelden strikte regels.
Ook experimenteert hij met andere vormen van beweiden. “We laten het gras vaker wat langer staan. Dat helpt om dauw vast te houden en de bodem te beschermen tegen uitdroging.” Langzaam ziet hij resultaat. “Tot vijf jaar geleden zag je hier bijna geen mollen. Nu zijn ze terug, net als vogels die pieren eten. Dat zegt iets over het bodemleven.”
Minder afhankelijk
Een belangrijke drijfveer voor Jos is het verkleinen van afhankelijkheden. Minder aankopen van kunstmest, krachtvoer en bestrijdingsmiddelen betekent ook minder kosten en minder afhankelijkheid van toeleveranciers. “In de landbouw verdienen veel partijen aan de boer. Ik probeer weer meer zelf aan het roer te staan.” Tegelijk is hij realistisch. De grond moet wel genoeg voer opbrengen. Bijkopen van biologisch voer is duur en dit moet vaak van ver komen. En Jos is duidelijk: lang niet elke boer kan zomaar omschakelen. “Als je intensief boert is die stap om allerlei redenen vaak veel moeilijker.”
Kritisch op beleid
In het gesprek klinkt ook een kritische noot richting de overheid. Niet alleen het vertrouwen van de boeren in de overheid, maar ook het vertrouwen van de overheid in de boeren is laag. “Alles wordt juridisch bekeken. De menselijke toon mist soms.” Grond is daarbij een belangrijk thema. Landbouwgrond wordt schaarser: voor allerlei doelen wordt al jarenlang veel grond aan de landbouw onttrokken, vaak door de overheid. Terwijl die overheid ook wil dat boeren juist extensiveren. “Dat botst. Om te extensiveren heb je juist vaak meer grond nodig."
Jos ziet zelf weinig in pachtconstructies of langdurige afspraken met de overheid. ”De opgelegde beperkingen maken het vaak niet mogelijk iets zinvols te oogsten van die gronden. Dan heb je als boer wel kosten maar geen opbrengsten. De verpachter heeft zekerheid, maar de pachter loopt de risico’s”.
Gebiedsgerichte aanpak
De doelen van de gebiedsgerichte aanpak, werken aan schoon water, een gezonde bodem en toekomstperspectief voor de landbouw, sluiten in de basis aan bij zijn manier van werken. Hij staat open voor instrumenten zoals kavelruil om een betere huiskavel te krijgen. Tegelijk benadrukt hij dat praten en plannen alleen niet genoeg zijn. “Aan tafel zitten is goed, maar er moeten ook resultaten komen.” Vertrouwen en duidelijkheid over de lange termijn zijn voor hem cruciaal.
Trots en toekomst
Ondanks alle onzekerheden is hij trots op de weg die hij is ingeslagen. “Het afgelopen jaar was goed. Meer melk door gezonder voer. Dat geeft vertrouwen, al is er nooit garantie.”
Met zonnepanelen en een accu wekt hij inmiddels ook zijn eigen stroom op. Kleine stappen richting een robuuster bedrijf.
Zijn droom? Het bedrijf doorgeven aan een volgende generatie, ook al is er binnen de familie geen opvolger. “Ik wil laten zien dat het anders kan. Meer samenwerken met de natuur in plaats van ertegenin.”
Heb je een vraag of wil je iets laten weten?
Stel je vraag of deel je ideeën of tips via het formulier.