Veelgestelde vragen
Doel
In de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) werken we aan verschillende opgaven. De opgaven zijn ontstaan uit wettelijke taken en bestuurlijke afspraken of kunnen deze versterken. De precieze opgaven zijn voor ieder GGA-gebied anders. Het gaat in ieder geval om de volgende opgaven:
- Maximumhoeveelheid stikstofneerslag.
- Uitvoeren van maatregelen die volgen uit de natuurdoelanalyses.
- Implementatie programma overgangsgebieden.
- Bijdragen aan het afronden van Natuurnetwerk Nederland en het realiseren van ecologische verbindingszones.
- Uitvoeren van de opgaven uit het Regionaal Water en Bodem Programma en de KRW-impuls.
- Uitwerken van voorwaarden, uitgangspunten en instrumenten voor een toekomstperspectief voor de landbouw.
De gebiedsgerichte aanpak heeft als doel om het Ulvenhoutse Bos en omgeving nog mooier en leefbaarder te maken voor de huidige en toekomstige bewoners. We investeren hiervoor in het bosgebied én in de grenszones.
Proces
Het programmaplan bevat naast het toekomstbeeld van het bos (‘wenkend perspectief’), een overzicht van de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit de visie te realiseren. Het plan bevat ook een financiële begroting en beschrijft hoe de uitvoeringsorganisatie eruit gaat zien.
Het programmaplan wordt in de komende maanden verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Daarmee wordt duidelijk welke maatregelen op korte, middellange en lange termijn uitgevoerd kunnen worden en welke stappen daarvoor nodig zijn.
De beoogde maatregelen voor recreatie, bosaanplant, natuurontwikkeling, hydrologie en infrastructuur zijn nauw met elkaar verbonden. Hiervoor moet bijvoorbeeld eerst een gedetailleerd inrichtingsplan gemaakt worden of nog onderzoek gedaan worden. Zo’n plan maakt duidelijk welke type natuur de gebiedspartners nastreven, waar de nieuwe recreatiegebieden komen en op welke plekken de hydrologie verder wordt versterkt.
De uitvoering start zo snel mogelijk. Vanwege de urgentie en het beschikbare budget worden korte termijn maatregelen binnen 3 tot 4 jaar uitgevoerd. Grote(re) ingrepen vragen om meer tijd. Dit programma loopt dan ook door tot 2040.
We beseffen dat we veel geduld vragen van de betrokkenen. Achter de schermen gebeurt er veel, maar ‘buiten’ is daar (nog) weinig van te merken. Hoe komt dat?
We zijn de gebiedsgerichte aanpak Ulvenhoutse Bos gestart met een schets. Vanuit direct betrokkenen en de omgeving zijn nieuwe inzichten gedeeld, waar we rekening mee houden. Daarnaast zijn de beoogde maatregelen voor recreatie, bosaanplant, natuurontwikkeling, hydrologie en infrastructuur nauw met elkaar verbonden. Die samenhang is de kracht van het programma, maar bemoeilijkt en vertraagt het proces (soms) ook. Tenslotte is door de veelzijdigheid aan maatregelen het proces zeer gevoelig voor invloeden van buitenaf, zoals landelijk en provinciaal beleid. Hierdoor duurt het langer dan gedacht.
Communicatie en participatie
De gebiedspartners nemen ieder de uitwerking van één of meerdere maatregelen op zich. Dit betekent dat zij ook het besluitvormingsproces en de communicatie en participatie hierover verzorgen (als bevoegd gezag). In de uitwerking wordt bepaald of en op welke manier de omgeving betrokken wordt.
We hoopten in 2024 of in het begin van 2025 een concreet programmaplan en uitvoeringsagenda te kunnen presenteren, maar dat is deze week pas afgerond.
In de afgelopen tijd is ambtelijk en bestuurlijk gewerkt aan het plan en de uitvoeringsorganisatie en financiën geregeld. Omdat veel nog onzeker bleef door diverse factoren bood het onvoldoende concrete en nuttige informatie om openbaar te delen. Bovendien was er (nog) geen handelingsperspectief. Nu is het mogelijk om het programmaplan en de uitvoeringsagenda in te zien.
De gebiedspartners brengen met regelmaat direct betrokkenen zoals aanwonenden, ondernemers in het gebied en de achterban van de gebiedspartners op de hoogte van het proces.
Kosten
Er zijn verschillende factoren die bepalen wat iets uiteindelijk kost. Grond is bijvoorbeeld de laatste jaren een stuk duurder geworden. En onderzoeken om te bepalen of en hoe we iets gaan uitvoeren kosten ook geld.
Dit budget is gereserveerd tot en met 2028 en 2032. In die periode willen we het geld besteden aan:
- Het onderzoek naar de Huisdreef. We kijken hierbij naar wat het oplevert om de weg voor gemotoriseerd vervoer af te sluiten, met name op het terugdringen van de hoeveelheid stikstof en de verstoring in het bos. Maar net zo belangrijk zijn de voor- en nadelen van deze afsluiting voor aanwonenden en betrokkenen. Er moet balans zijn tussen de kosten en de baten. We onderzoeken ook wat de afsluiting van de Huisdreef kan doen met andere verkeersstromen.
- Een aantal hydrologische maatregelen. Onder meer het inrichten van gebieden waar we water kunnen infiltreren.
- Creëren van nieuwe groene gebieden als buffer en waar ruimte is voor recreatie.
- Bedrijfsbodem en waterplannen voor agrariërs en ondersteuning van natuurinclusieve boeren.
- Gesprekken met particuliere grondeigenaren over zelfrealisatie van natuur of een vrijwillige medewerking aan de grondoverdracht.
Er is zo’n €20 miljoen nodig om álle maatregelen te realiseren die bijdragen aan het natuurherstel in het bos en de omliggende doelen, zoals het verwerven en inrichten van nieuwe recreatiegebieden. En ongeveer € 20 miljoen extra om ook de maatregelen rondom de snelweg A27 te kunnen realiseren. Dit budget is er nog niet.
De provincie Noord-Brabant heeft € 7 miljoen toegezegd om aan de slag te kunnen gaan met het uitvoeringsprogramma. Ditzelfde bedrag wordt ook vanuit de gebiedspartners verwacht (gezamenlijk). De gemeente Breda heeft € 4 miljoen gereserveerd voor de plannen. Dat is een mooi startbedrag om aan de gang te gaan met de uitvoering. Dat betekent dat er nog ongeveer € 3 miljoen extra geworven moet worden om alle maatregelen uit te kunnen voeren. De verwachting is dat na 2028 aanvullende financiering vanuit de provincie mogelijk is.
Natura 2000
Het Ulvenhoutse Bos is een natuurgebied dat al eeuwen bestaat en niet weg te denken is uit het West-Brabantse landschap. Het bos heeft ook voor Europese begrippen een gevarieerde en unieke samenstelling van bodem en begroeiing. Een samenstelling die zelfs bedreigd wordt. Om die reden is het bos sinds 2009 aangewezen als Natura 2000-gebied.
Nederland heeft als lidstaat van de Europese Unie zelf aangegeven in welke gebieden (pro)actieve bescherming van de lokale flora en/of fauna nodig is. Dit zijn gebieden waar de leefomgeving van dier- of plantensoorten bedreigd wordt. De gebieden maken deel uit van het Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, het Natura 2000-netwerk.
Stikstof
Het afsluiten van de Huisdreef voor gemotoriseerd vervoer is een ingrijpende maatregel. Dat begrijpen we. We doen dan ook eerst onderzoek. We kijken hierbij naar wat het oplevert om de weg voor gemotoriseerd vervoer af te sluiten, met name op het terugdringen van de hoeveelheid stikstof en de verstoring in het bos. Maar net zo belangrijk zijn de voor- en nadelen van deze afsluiting voor aanwonenden en betrokkenen. Er moet balans zijn tussen de kosten en de baten. We onderzoeken ook wat de afsluiting van de Huisdreef kan doen met andere verkeersstromen.
Vanuit de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) 2.0 en landelijke aanpak wordt een reductie van 450 mol per hectare per jaar verwacht voor het Ulvenhoutse bos.
We verwachten dat alle maatregelen samen bijdragen aan de vermindering van 65 mol aan stikstof. Dit is exclusief de A27 en eventuele agrarische grondverwerving. En exclusief de effecten van de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) 2.0.
Dat verschilt per habitattype. Het meest gevoelige type kan niet meer dan 1.077 mol per hectare per jaar aan, het minst gevoelige zit op ongeveer 1.900 mol per hectare per jaar.
Gemiddeld genomen is dat 2.360 mol per hectare per jaar.
Uit de AERIUS Monitor blijkt dat de woningen dicht bij het bos een relatief grote bron zijn van de lokale stikstofneerslag in het bos. Bij te onderzoeken maatregelen kijken we naar mogelijkheden zoals het stoppen met of verminderen van het gebruik van aardgas. Ook nieuwe technieken op het vlak van verduurzaming nemen we mee.
Het effect van de bomenkap op de (lokale) stikstofopname is niet gemeten. Wel is het zo dat niet alleen bomen, maar ook andere planten CO2 vasthouden. Een grotere biodiversiteit (De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) en herstel van het natuursysteem kan zelfs meer opleveren wat betreft stikstofopname.
Het grootste deel van de stikstofneerslag in het Ulvenhoutse Bos komt van ver weg. De landbouw speelt hier een grote rol in. Het aandeel van de landbouw in een straal tot 10 kilometer rondom het bos is beperkt.
De grootste lokale belasters zijn het verkeer en overige sectoren waarbij je moet denken aan woningen (energieverbruik) en hobbyvee. Ook de poep en plas van honden zorgen voor een overmaat aan stikstof in het gebied. Omdat die niet via de lucht in het Ulvenhoutse Bos terechtkomen, meet de AERIUS Monitor dit niet.
Bovendien komt er ongeveer 40 procent stikstofneerslag uit het buitenland.
Ja, voor alle soorten bouwprojecten moeten stikstofberekeningen worden gemaakt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Wanneer het niet is uitgesloten dat het project (significant) nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied, dan moet een natuurvergunning worden aangevraagd.
Ja, het rekenteam stikstof van de provincie Noord-Brabant neemt het effect van files op stikstofneerslag mee in hun berekeningen.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meet stikstofneerslag in heel Nederland, ook in de omgeving van het Ulvenhoutse Bos. Die metingen zijn onder meer terug te vinden in de AERIUS Monitor. De AERIUS Monitor biedt informatie over de totale stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden in Nederland en toont aan waar deze neerslag vandaan komt. Het dichtstbijzijnde meetpunt van het RIVM in het Ulvenhoutse Bos ligt in het Mastbos. Op basis van de metingen van het RIVM berekent het rekenteam stikstof van de provincie Noord-Brabant de verwachte effecten van eventuele maatregelen.
Natuur en recreatie
Geen actie zou er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat specifieke dieren en begroeiingen verdwijnen uit een gebied. Dat zorgt weer voor minder diversiteit aan planten(soorten) op de bosbodem en kwaliteitsvermindering van het bos.
Vanuit nieuwe inzichten en metingen blijkt dat de recreatiedruk te hoog is. Ook al is dat (deels) bestaand gebruik, dan nog zijn de bevoegde gezagen verplicht om maatregelen te nemen.
Belangrijke oorzaken voor de slechte staat van het Ulvenhoutse Bos zijn de te hoge stikstofdepositie, het gebrek aan kwalitatief goed en voldoende (kwel)water en een te hoge recreatiedruk. Om dat te herstellen, zijn maatregelen op het gebied van water, stikstof, natuur, recreatie en landbouw. In het bos zelf, maar ook in het gebied daar (ver) omheen.
Het verbreden van fietspaden heeft verschillende nadelen. Daarom komt dit niet terug in de voorstellen die er nu liggen. Door van de Huisdreef een veilige en aantrekkelijke weg te maken voor fietsers en wandelaars, worden de huidige fietspaden wel ontlast.
Daar gaan we zeker voor zorgen. Of dat ook in het Natura 2000-gebied kan, is nog even de vraag. Mocht dat niet kunnen, dan komt deze plek in het gebied daaromheen.
Er is in de huidige voorstellen geen aparte mountainbikeroute gepland voor het Ulvenhoutse Bos. Het bos wordt nu te intensief gebruikt en we willen juist minder paden. Wel zijn er in de nabije omgeving van het bos diverse mountainbikeroutes te vinden. Mountainbikers kunnen straks natuurlijk wel de gewone fietspadenstructuur gebruiken.
De mens heeft zoveel effect op onze bossen, dat natuurlijk herstel zonder ingrijpen niet meer zal optreden. We zullen bossen veelal blijvend moeten beheren.
Ja, er vindt monitoring plaats. Onder meer op het gebied flora en fauna, (grond)waterstanden en stikstof.
Hondenuitlaatbeleid
Het klopt dat honden zorgen voor verstoring. Honden kunnen de bosdieren opjagen, hun nesten of hollen vernielen en (zeldzame) planten vertrappen. Daar komt bij dat de ontlasting van honden, met name de urine, schadelijk is voor de natuur. Dit is ook naar voren gekomen uit Natuur en recreatie in balans. In de uitvoeringsagenda nemen we hier maatregelen voor op.
Op enkele plekken aan de rand van het bos is beschermde natuur te vinden. Uit Natuur en recreatie in balans blijkt dat (loslopende) honden hier een negatief effect op hebben.
In een deel van de varianten die naar voren zijn gekomen uit Natuur en recreatie in balans is hier al sprake van. Daarnaast onderzoeken we mogelijkheden om een hondenlosloopgebied te creëren op andere locaties in Ulvenhout, (net) buiten de grenzen van het Natura 2000-gebied. Ook hebben we andere locaties als losloopgebied in beeld, zoals bij de Eikenmik.
Ja, de bestuurders van de gebiedspartners hebben inmiddels gezamenlijk bepaald welke regels er gaan gelden voor zowel loslopende als aangelijnde honden.
Nee. Uit de resultaten van het rekenteam stikstof van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de stikstof die neerkomt op het Ulvenhoutse Bos vanuit verschillende sectoren komt. We nemen daarom binnen al deze sectoren maatregelen.
Dat klopt, maar bij aangelijnde honden is makkelijker om de poep op te ruimen dan bij loslopende honden. Daarnaast zorgen loslopende honden voor veel meer verstoring dan aangelijnde honden.
Waarom gaat het vooral over honden? Er komen ook veel paarden in het bos die daar poepen en plassen.
De hoeveelheid stikstof uit de plas en poep van paarden is minimaal. Paarden eten namelijk geen vlees. Daardoor zitten er aanzienlijk minder fosfaat en stikstof in paardenmest dan in bijvoorbeeld hondenpoep. Dat maakt dat paardenuitwerpselen minder schadelijk zijn voor de natuur. Paardenmest is daarnaast ook een voedselbron voor veel vogels en insecten en kan door een regenbui wegspoelen, waardoor de paardenvijgen in een paar dagen kunnen verdwijnen.
In deze fase blijft een groot deel van het bos toegankelijk voor honden. In een deel daarvan gaat een aanlijn- en opruimplicht gelden. Het deel aan de kant van Ulvenhout blijft vooralsnog behouden als hondenlosloopgebied. De samenwerkende partijen zetten zich in om zo snel mogelijk volwaardige en gedragen alternatieven te realiseren met een ijkmoment in 2029. Zodra deze gebieden beschikbaar zijn, zijn honden daar welkom en is het Natura-2000 deel van het bos niet langer toegankelijk voor honden.
Hydrologie
Ja, Arcadis heeft in 2023 hun model geactualiseerd. Resultaten zijn beschikbaar via Waterschap Brabantse Delta.
Ja, het gaat niet goed met de natuur in het Ulvenhoutse Bos. Dat gaat dan in ieder geval om drie zogenoemde ‘habitattypen’ die Europeesrechtelijk zijn beschermd: het beuken-eikenbossen met hulst, eiken-haagbeukenbossen en vochtige alluviale bossen (beekbegeleidend). Belangrijke oorzaken voor de slechte staat van deze bossen zijn de te hoge stikstofdepositie, het gebrek aan kwalitatief goed en voldoende (kwel)water en een te hoge recreatiedruk. Om dat te herstellen, zijn niet alleen maatregelen nodig in het bos zelf, maar ook in het gebied daar (ver) omheen. Waaronder vernatting.
Landbouw
Aan het uitrijden van mest hangen strenge regels, waarop de overheid nadrukkelijk toeziet. Bemesten is toegestaan tussen grofweg februari en september: het zaai- en groeiseizoen. Het is bedoeld om de bodem van de noodzakelijke voedingsstoffen te voorzien waarop de gewassen gedijen. Dumping is niet toegestaan. Gebeurt dit wel, dan is er sprake van een milieudelict. Het aandeel van de lokale landbouw in het gebied op de stikstofneerslag in het Ulvenhoutse Bos is beperkt. De landbouw als geheel heeft wel een belangrijk aandeel in de totale stikstofneerslag.
Verschillende boeren in het gebied zien het telen van paulowniabomen als een realistische optie. Paulownia hoeft na de opstart niet beregend te worden, groeit snel en is hardhout. Het telen daarvan biedt kansen in een markt waar in toenemende mate behoefte is aan biobased (bouw)materialen. In welke mate deze teelt ook vanuit ecologisch perspectief verantwoord is, is nog onderwerp van nader onderzoek en gesprek.
Beregening is soms nodig om de gewassen genoeg vocht te geven. Voor boeren is het vaak een laatste redmiddel, want beregening kost veel geld. Allereerst zal iedere boer proberen om zijn land en zijn gewassen van het noodzakelijke water te voorzien door slimme maatregelen te nemen om het land vochtig te houden. Denk aan stuwtjes in sloten of het verondiepen of dempen van sloten en greppels rond percelen, het actief onderhouden van de bodem of het opvangen van water in een reservoir. Zeker in droge tijden moeten de gewassen regelmatig water krijgen. Dit gebeurt zoveel mogelijk vroeg in de ochtend of laat in de avond. Daartussen kan wel 14 uur zitten waarin de zon nadrukkelijk schijnt. Dan is actieve beregening overdag soms noodzakelijk om de gewassen te beschermen. Het terugdringen van beregening in de directe omgeving van het Ulvenhoutse Bos is een van de maatregelen die we nu onderzoeken.